Tips

Tips 2017-06-21T10:44:59+00:00

Tips voor het branden van kaarsen.

Zorg voor minimaal 10 cm afstand tussen brandende kaarsen.
Gebruik een niet brandbare en stabiele kaarsenhouder.
Laat brandende kaarsen nooit onbeheerd achter.
Zorg er voor dat kaarsen stevig en recht staan.
Kaarsen niet verder dan 2 cm van de kaarsenhouder laten opbranden.
Brand geen kaarsen op of in de buurt van brandbare materialen (als gordijnen).
Plaats brandende kaarsen niet op de tocht.
Zorg dat de kaarsen buiten bereik van kinderen en huisdieren blijven
Verplaats brandende kaarsen niet.
Doof kaarsen met behulp van een kaarsendover.
Probeer kaarsen nooit met water te doven.
Indien een kaars diep inbrandt, een stukje van de rand afsnijden.
De lont dient schoon en kort gehouden te worden (+/- 1cm)
Indien de kaars walmt of een grote vlam geeft, een stukje van de lont afknippen.
Plaats kaarsen nooit in de volle zon.
De pit van een kaars hoort krom te staan. Buig deze nooit recht, want dan kan hij afbreken.
Kaarsen niet branden in de buurt van andere warmtebronnen, zoals TV, radiator, open haard etc.